Het Verleden Spreekt


In het museum zijn veel zaken te bewonderen, te bekijken, verkennen en te beleven. Uit het verleden zie je hier een keuze.

Het Gouden Horloge

Het horloge

In december 1887 was Dorus Rijkers drie dagen in de weer om de opvarenden van de Duits bark Renown te redden die op de beruchte Haaksgronden in een zware winterstorm gestrand was en dreigde te pletter te slaan. Nog maar een deel van het schip stak bovenwater en de bemanning was in de bezaansmast geklommen. Onder leiding van Dorus Rijkers wisten de roeiredders bijna alle schipbreukelingen te redden. Dorus Rijkers kreeg hiervoor van de Duitse keizer Wilhelm I een gouden horloge met inscriptie. Het horloge is gemaakt door de gebroeders Eppner in hun fabriek in Silberberg, Silezië, het huidige Polen.


Vlet

Vlet

Veel van de redders die de roeireddingboot van de reddingmaatschappij bemanden waren visser of loods van beroep. De vissers gingen ook met hun eigen vlet er op uit om om mensen te redden of de lading te bergen. Soms bracht de lading wel even veel op als de verdiensten van een jaar vissen. Redden van opvarenden ging echter voor bergen. Dorus Rijkers redde als 24-jarige met zijn eigen vlet in 1871 de opvarenden van het Nederlandse barkschip Australië dat uit Batavia kwam en dat behalve koffie en suiker ook soldaten aan boord had die voor verlof naar het moederland terugkeerden.


Trimaran

Trimaran

De Trimaran reddingflotteur (1922-1975) werd speciaal ontworpen voor reddingwerk in de branding. De reddingflotteur werd al snel TOM-boot genoemd. Ter nagedachtenis aan het Haagse Brigadelid Ernst Schildein, met als bijnaam Tom, die tijdens een redding in zee in 1919 verdronk.


reddingwagen met paard

Reddingwagen met paard

Met de reddingwagen van de ZHMRS (Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen) werden van 1935 tot 1993 het lijnwerpmortier, het wippertoestel (voor reddingen dichtbij de kust), zoeklichten en andere reddingmiddelen vervoerd. Eerst gebeurde het vervoer met behulp van paarden. Na verloop van tijd werden zij vervangen door een tractor.


Twenthe

Havenreddingboot Twenthe

De Twenthe is een havenreddingboot, dat wil zeggen dat de boot altijd in het water lag, klaar om uit te varen. De bouw van de reddingboot werd bekostigd uit donaties van Twentse industriëlen. Ze werd gebouwd te Alkmaar op de werf van Nicolaas Witsen & Vis. De Twenthe was gebouwd uit Siemens-Martin Vloeiijzer, had een lengte van 14,98 meter, een breedte van 3,60 meter en haar diepgang bedroeg 1,10 meter. De reddingboot was in diverse waterdichte compartimenten verdeeld. Het voorste was een bergruimte, daarachter bevonden zich de twee gescheiden machinekamers, het verblijf en achterop nog een kleine bergruimte. In de machinekamers stonden de twee Gardner 4-cilinder dieselmotoren van elk 40 pk, die haar een snelheid gaven van acht knopen (14,8 km/uur).

Vanwege de Tweede Wereldoorlog werd de reddingboot opgeleverd in wit met rode band en rode kruizen. Reddingboten werden in de Tweede Wereldoorlog als hospitaalschepen beschouwd onder bescherming van de Rode Kruisvlag. Men mocht hulp verlenen aan schipbreukelingen, ongeacht de nationaliteit. Op het station Harlingen deed de Twenthe dienst van 1942 tot 1975. Vanuit Harlingen werden vele reddingen verricht op de Waddenzee en het IJsselmeer. Van 1975 tot 1988 was de Twenthe als reserveboot op verschillende stations actief. Tijdens 216 diensten werden in totaal 301 personen gered.


motorstrandreddingboot Ubbo

Motorstrandreddingboot Ubbo

De motorstrandreddingboot Ubbo werd in juni 1958 in dienst gesteld en was tot 1986 gestationeerd te Egmond aan Zee. De boot stond in een boothuis want aan het strand was het niet mogelijk om de boot permanent in het water te laten liggen. De Ubbo is in de 28 jaar dat hij in Egmond lag ongeveer 45 maal voor reddingacties uitgevaren en daarbij zijn 24 zeevarenden gered. De Ubbo werd vervangen door msrb. Willem Horsman. Nadat de Ubbo nog twee jaar reserveboot is geweest kwam de boot in 1988 naar het Nationaal Reddingmuseum.

De motorstrandreddingboot werd door de Gebroeders Taat uit Katwijk gebouwd. De bouw werd bekostigd uit een legaat van mevrouw Groenier-Roelofsen, die de boot naar haar overleden echtgenoot liet noemen. De Ubbo is een overnaadse boot van teakhout met een lengte van 10,30 meter en een breedte van 2,85 meter. Hij heeft een 50 pk Perkins dieselmotor en een snelheid van 7,5 mijl per uur (13,8 km/uur).


roeireddingboot nr 15

Roeireddingboot nr 15

Deze overnaadse teakhoutenboot werd in 1907 gebouwd en werd tot 1950 gebruikt. De boot lag in Wijk aan Zee in een boothuis en werd door middel van paarden naar het strand gebracht. De boot had een bemanning van tien roeiers, een stuurman en een voorman. Er konden ongeveer 12 geredden aan boord worden genomen. Zij werden onder de doften (de banken) gelegd en moesten hun hoofd naar beneden houden want anders kregen ze een klap van de roeiriemen of van de roeiende redders. De redders droegen hun gewone werkkleding (manchesterbroek, visserstrui, klompen) met daarover een kapokreddingsvest. Later ging men oliejassen en zuidwesters dragen. Het roeien was zwaar en vaak koud werk.

Afmetingen van de roeireddingboot: lengte 8,70 meter en breedte 2,55 meter.