Varende museumschepen


Reddingboten in actie!

Video van de diverse museum reddingboten in actie bij zwaar weer.


Motorreddingboot Prins Hendrik

Prins Hendrik

Sinds mei 1996 is de Prins Hendrik museumboot van het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers.

De Prins Hendrik was van 1952 tot 1969 in Den Helder gestationeerd. Ze verving de motorreddingboot Dorus Rijkers. Eind 1968 werd de reddingboot vervangen door de motorreddingboot Suzanna en deed tot begin 1996 dienst als reserveboot van de KNZHRM en later de KNRM. Totaal zijn er met de Prins Hendrik 472 acties ondernomen en werden 728 schipbreukelingen gered. Sinds 1996 is de Prins Hendrik museumboot van het Nationaal Reddingmuseum. De motorreddingboot Prins Hendrik werd gebouwd door de Scheepsbouw Maatschappij van de Firma H. Schouten te Muiden. Op 11 juni 1951 werd de boot door Prinses Wilhelmina gedoopt en enige tijd in IJmuiden gestationeerd. De reddingboot was een geschenk van de N.V. Stoomvaart Maatschappij Nederland aan Koningin Wilhelmina ter gelegenheid van haar 50-jarig regeringsjubileum in 1948. De Koningin schonk de reddingboot vervolgens aan de KNZHRM (sinds 1991 de KNRM) en gaf de boot de naam van haar overleden echtgenoot Prins Hendrik die altijd zeer geïnteresseerd was in het reddingwezen.De motorreddingboot Prins Hendrik is zelfoprichtend. Daarmee wordt bedoeld dat de boot, mocht ze omslaan, uit zichzelf weer overeind komt. De Prins Hendrik is zelfoprichtend door een ‘kieptank’ die volloopt als de boot omslaat. Aan de andere kant zijn luchtkisten ingebouwd. Slaat de boot om tot de kiel boven ligt dan zal de kieptank na ongeveer 45 seconden met water gevuld zijn en een onevenwichtige toestand ontstaan waarbij de boot geen water binnendringt. Vandaar dat alle luiken waterdicht kunnen worden gesloten. Bij een te grote helling van de boot worden ook de motoren automatisch gestopt.
De afgesloten onderstuurstand is geplaatst boven het achterste gedeelte van de achterste motorkamer. De reddingboot heeft een open bovenstuurstand. Het voordeel daarvan is dat de schipper een onbelemmerd uitzicht heeft. Het nadeel is echter dat de bemanning, vooral op lange tochten in slecht weer, voortdurend bloot staat aan de elementen. Het schip is gebouwd van Siemens Martin vloeistaal en geheel gelast. De boot heeft een springnet waarin schipbreukelingen konden springen om aan boord van de reddingboot te komen.

Bemanning: vier personen, geredden capaciteit ca. 40 a 50 personen.


Motorreddingvlet Tjerck Hiddes

Tjerck Hiddes in de bocht

Sinds 18 december 2003 heeft het Reddingmuseum een tweede varende museumboot aan haar collectie toegevoegd, de IJsselmeervlet Tjerck Hiddes.

De Tjerck Hiddes werd bekostigd door middel van acties van het dagblad De Telegraaf in verband met het 150 jarig bestaan van de KNZHRM in 1974. De reddingboot is genoemd naar de Friese admiraal Tjerck Hiddes de Vries (1622-1666). Dit type boot is speciaal ontwikkeld voor het IJsselmeergebied. Door de uitbreiding van de pleziervaart nam op het IJsselmeer het aantal diensten in de jaren 1960 enorm toe. De KNZHRM ging op zoek naar een nieuw type reddingboot. Men koos voor een vlet die goed te manoeuvreren en zeewaardig was, met een geringe diepgang en groot werkdek. In het vooronder van de Tjerck Hiddes is een klein verblijf voor bemanning en geredden, daarachter zit een gesloten stuurhuis. De boot heeft ook een tweede open stuurstand.


Motorstrandreddingboot Johan de Witt

Johan de Witt op zee

De motorstrandreddingboot Johan de Witt is vanaf oktober 2006 museumboot van het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers.

Rond 1940 besloot de NZHRM vijf nieuwe, lichtere stalen motorstrandreddingboten te bouwen. Het voordeel van staal boven hout was de grotere sterkte, het makkelijker inbouwen van de motoren, gemakkelijkere reparaties en dus geringere kosten. De Johan de Witt uit 1941 was de derde uit de serie. De boot was een geschenk van de Amsterdamse Levensverzekeringsmaatschappij Amstleven via de opbrengst van het Amstleven Schepenboek I. De boot is verdeeld in 14 waterdichte compartimenten en voorzien van waterlozingkleppen en buizen. De reddingboot heeft een open voorkuip met twee houten banken voor roeiers en een open achterkuip met een houten bank. De Johan de Witt kreeg een mast met een lengte van zes meter en werd geleverd met een grootzeil, fok, vallen, schoten en blokken. De schroef wordt door een tunnel beschermd, rond de boot werd een holle rubber fender aangebracht. De boot is vernoemd naar raadspensionaris Johan de Witt (1625-1672). De Johan de Witt werd in de Tweede Wereldoorlog in dienst gesteld. Om de boot en opvarenden te beschermen tegen vijandelijke aanvallen werd de boot in Rode Kruiskleuren geschilderd: wit met rode kruis. Vanaf 1941 tot 1960 heeft de Johan de Witt actieve dienst gedaan bij onder andere de stations Schiermonnikoog en Scheveningen van de Noord en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij. De reddingboot heeft 30 reddingtochten uitgevoerd en 19 personen veilig aan wal gebracht. In 1998 redde een comité de reddingboot van de sloop. Want na vele omzwervingen trof men de boot aan als een zwaar verwaarloosd pleziervaartuig. Vrijwilligers hebben de boot gerepareerd en in haar oorspronkelijke staat hersteld. Vanaf 2006 is de boot een museumboot van het Nationaal Reddingmuseum ‘Dorus Rijkers’.

 


Motorreddingboot Javazee

Motorreddingboot Javazee aan de museumsteiger

De reddingboot Javazee is in oktober 2006 toegevoegd aan de collectie van het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers.

De zelfrichtende dubbelschroefs motorreddingboot Javazee werd in 1967 op KZHMRS station Breskens gestationeerd. De bouw van de boot werd mogelijk gemaakt door bijdragen van het personeel van deKoninklijke Marine. De slag in de Javazee, die 25 jaar voor de indienststelling van de reddingboot plaatsvond (27 februari 1942), stond symbool voor de inzamelingsactie ter nagedachtenis aan “alle marinemannen die gedurende en na de Tweede Wereldoorlog, waar ook ter wereld, bij de vervulling van hun plicht hun leven verloren”. De Javazee lag tot 1991 te Breskens, daarna werd de reddingboot overgeplaatst naar station Hoek van Holland. Door een dubbel roer is de boot uitstekend manoeuvreerbaar. Het zelfrichtend vermogen verkrijgt de boot door een zeer zware kiel en een laag zwaartepunt door de motoren.


Motorreddingboot Insulinde

Insulinde aan de museumsteiger

De motorreddingboot Insulinde is in april 2005 overgenomen van het Scheepvaartmuseum te Amsterdam en sinds september 2010 weer varend.

De Insulinde is de eerste ‘zelfrichtende’ stalen motorreddingboot ter wereld. Indien de boot kapseist in zware zeeën, dan komt zij vanzelf weer overeind. Twee ernstige rampen in 1921 met motorreddingboten vormden de aanleiding voor een revolutionair ontwerp met een kieptank, een idee van reddingbootschipper Mees Toxopeus en scheepsbouw professor Vossnack. De boot werd gebouwd te Delfzijl op de scheepswerf Gebroeders Niestern. In Nederlands-Indië werd geld voor de bouw bijeengebracht, vandaar de naam Insulinde. Het ontwerp voldeed goed en latere boten zoals de Prins Hendrik waren hierop gebaseerd. De Insulinde heeft van 1927 t/m 1965 dienst gedaan vanaf het reddingstation te Oostmahorn. In 341 tochten werden in totaal 332 mensen gered, vaak onder moeilijke omstandigheden. De boot werd een varende legende vanwege de spectaculaire reddingen onder leiding van schipper Mees Toxopeus. In 1969 verwierf de Vereniging Nederlands Historisch Scheepvaartmuseum de boot voor de oorspronkelijke aanschafprijs, te weten 25 duizend gulden. Na 36 jaar verkeerde de boot echter in een slechte staat en het Reddingmuseum nam de boot over voor een symbolisch bedrag van 1 euro en restaureerde de boot. In september 2010, na 6500 manuren van vrijwilligers, is de restauratie voltooid. Aan het schip is de status van Varend Monument toegekend en ze is nu het vlaggenschip van het Reddingmuseum.